mei t/m sept.
iedere woensdag- en zaterdagmiddag
13.00 – 17.00 uur

okt. t/m april
iedere zaterdagmiddag
13.00 – 17.00 uur

mei t/m sept.
iedere woensdag- en zaterdagmiddag
13.00 – 17.00 uur

okt. t/m april
iedere zaterdagmiddag
13.00 – 17.00 uur

Al sinds de middeleeuwen is Lottum in het bezit geweest van zowel een wind- als een watermolen. In oude boeken, die toentertijd bijgehouden werden om administratief het zogenaamde leenstelsel bij te houden, staat het Daelderhof beschreven.

Een litteken in het landschap, waar eens de trotse “Houthuizer Molen” stond. Daar, op de rand van een steilrand van de Maas en aftekenend tegen de achtergrond van het winterbed van de rivier, is de nieuwe molen gekomen.

Het rozendorp Lottum is een van de mooiere Maasdorpen van Noord-Limburg. Het dorp heeft dan ook heel veel te bieden. Naast het tweejaarlijkse Rozenfestival natuurlijk de uitgestrekte rozenvelden. 

historie

Het Daelderhof was een leen vallend onder de heren van Broekhuizen die op hun beurt vielen onder de hertog van Gelre die vervolgens op zijn beurt, in ieder geval op papier weer horig was aan de koning. Genoemd Daelderhof bevatte naast een boerderij, wat land, een watermolen en vermoedelijk ook de voorloper van de Houthuizer windmolen.


De molen in de atlas van Johan Blaue

Van de windmolen dateert de oudste expliciete melding uit 1440. In de 15e en 16e eeuw lag het eigendom bij de adellijke familie van Holthuizen. (Houthuizen!). Een eeuw later zien we de windmolen terug in de Atlas Major van Johan Blaue , een atlas die toentertijd wereldwijd als de standaard gold. Op een van de topografische kaarten zien we bij Lottum overduidelijk een windmolen ingetekend.
In de Lottumse geschiedenis bekende adellijke families als de van Wylichs en de van Aerdts zijn in de 17e en 18e eeuw eigenaar van de molen geweest. Het Daelderhof werd later bekend als Groot en Klein Dael. Twee boerderijen met een water-en windmolen die oudere Lottumers nog intact gekend hebben. In meer recente tijd zijn deze gebouwen uiteindelijk verdwenen na de aanleg van de weg van Grubbenvorst naar Lottum die aanvankelijk dwars tussen deze twee hoeven door kwam te lopen zoals ook op vooroorlogse foto’s nog goed te zien is.


Bouwvergunning uit 1815

De Houthuizer molen zoals we die nu kennen stamt van na de Franse bezetting rond 1800. Met de Fransen verdween hier het feodale stelsel. En zo werd ene Peter Hoefnagels de eerste echt particuliere en niet adellijke eigenaar van het Daelderhof inclusief molengoed. Al spoedig werd Peter Hoefnagels opgevolgd door zijn zonen Johan en Lambert. Laatstgenoemde vroeg in 1815 een bouwvergunning aan voor de bouw van een nieuwe windmolen. Ook toen was geduld een schone zaak want pas twee jaar later konden de molenwieken voor het eerst draaien. Over gebruik en de inrichting is weinig bekend gebleven. De molen zou wel drie koppels stenen hebben gehad, waarvan een koppel blauwe Duitse stenen voor het boekweit en tarwegemaal.

Pelmolen

Oorspronkelijk was hij ook als pelmolen ingericht. Met deze pelgang werd gerst van de buitenste huidlaag en vliezen ontdaan. Het eindproduct is gort. In 1869 werd de molen verkocht aan de uit Broekhuizen afkomstige molenaar, Lambert Gerard van Dijck (een familie transactie waarbij Lambert verwijst naar zijn grootvader Lambertus Hoefnagels en Gerard naar zijn grootvader aan de van Dijcks kant, overigens ook Lottumers van origine) De nieuwe molenaar had kennelijk de wind tegen want in 1891 ging hij failliet en emigreerde hij naar Amerika. Schuldeiser Quirinus Laumans-Teeuwen uit Tegelen werd de nieuwe eigenaar die de molen vervolgens verpachtte en later verkocht aan Antoon Clevers.



Antoon Clevers

Deze van oorsprong Bergenaar boerde een stuk beter, ondanks de concurrentie die hij in 1908 kreeg van de stoommaalderij van Johannes Jacobus Smits aan de Broekhuizerweg. In 1918 nam hij diens stoommachine over en plaatste hij haar bij de windmolen op het Houthuizerveld. In 1936 trad zoon Sjeng in de voetsporen van zijn vader en hij was molenaar toen de Duitsers zijn molen, en overigens tal van andere Noord-Limburgse molens en kerken de lucht in joegen. De molen werd niet meer herbouwd, een nieuwe motormaalderij werd door Sjeng Clevers gebouwd aan de Broekhuizerweg , enkele jaren later overleed hij op tragische wijze toen hij op zijn transportfiets op de Horsterdijk overreden werd door een bestelwagen nota bene bestuurd door een werknemer van een meelfabriek. Symbolisch of niet, de opkomst van de meelfabrieken zorgde er uiteindelijk voor dat kleine maalderijen en molens in de toekomst overbodig werden.

Herbouw

Nadat de Dorpsraad van Lottum het initiatief had genomen en er een werkgroep aan de slag ging, is er heel wat gebeurd. Het voorbereidende werk van de werkgroep werd voortgezet door de Stichting De Houthuizermolen. De stichting liet zich adviseren door een bekende molenbouwer, de bouwtekening werd gemaakt door Pierre Keiren en na nodige vergunningen, bijdragen en subsidies heeft de herbouwde molen weer de wind in de wieken.

Kapzolder

Dit is de bovenste zolder, die voor de techneuten onder ons misschien wel de meest interessante zolder is.

Lees verder »

Lui-zolder

Op deze zolder bevindt zich het luiwerk.

Lees verder ≥≥

Steenzolder

Op deze zolder wordt het graan tot meel gemalen.

Lees verder »

Meelzolder

Op deze zolder verricht de molenaar de meeste werkzaamheden. 

Lees verder »

Molenbelt

De Houthuizer Molen is een bergmolen ofwel beltmolen.

Lees verder »

Huidige status

De hoofdstraat die als een rivier door de dorpskern meandert. De houten dorpspomp op de sfeervolle Markt . De daarbij gelegen Rozenhof met de toprozentuin. Boerderijen in het landschap. Het schilderachtig gelegen, door een gracht omringde, edelmanshuis De Borggraaf uit het begin van de 16e eeuw. Het prachtige, in 2004 gerestaureerde, orgel van orgelmaker Randebrock in de H. Gertrudiskerk. De natuurgebieden Schuitwater en Kaldenbroek, twee oude armen van de Maas. De zilveren Maas zelf en de landschappelijk waardevolle kleiputten tussen Lottum en Broekhuizen. Maar Lottum is niet compleet. Niet compleet zonder zijn eigen molen, zonder de “Houthuizer Molen”.

De Houthuizer Molen

Molens bouwen kost geld, veel geld. Dus stak de Stichting De Houthuizermolen veel tijd en energie in het werven van fondsen. De stichting ging met de Stichting Het Limburgs Landschap een samenwerkingsverband aan waardoor een deelfinanciering rond kwam en het onderhoud voor de toekomst veilig werd gesteld. Er werden her en der subsidies aangevraagd en van verschillende ondernemingen en particulieren kwamen toezeggingen voor financiële ondersteuning.

Al met al is de droom – een zo natuurgetrouw mogelijke herbouw van de “Houthuizer Molen” – werkelijkheid geworden. Op 9 mei 2009 werd de herbouwde molen oficieel geopend en werd de vang gelicht.

De kapzolder

Dit is de bovenste zolder, die voor de techneuten onder ons misschien wel de meest interessante zolder is. Hier wordt de draaiing van de wieken via de bovenas en het grote bovenwiel met tanden die tussen de staven van een rondsel grijpen overgebracht op de verticale koningsspil. Aan deze koningsspil zit aan de onderkant het grote spoorwiel, dat de steen-as aandrijft, die de bovenste molensteen (de loper) laat draaien. 

Door de verhouding tussen de tanden en de staven is het bij deze molen zo, dat bij 1 omwenteling van de wieken de molensteen 6 keer ronddraait. Om het bovenwiel is de vang te zien, waarmee de draaiende wieken geremd worden. Verder zijn de 36 kruirollen te zien, die tijdens het kruien een belangrijke rol spelen. Onze rondleiders kunnen u alles over deze interessante zolder vertellen.

De lui-zolder

Op deze zolder bevindt zich het luiwerk. Dit luiwerk bestaat uit een as, lui-as, aan twee kanten voorzien van een wiel, het grote gaffelwiel en het kleinere sleep-rad. Het is ontworpen om het ophijsen van zakken graan en meel gemakkelijker te maken. Deze hijsinrichting kan door de draaiende molen worden aangedreven, maar ook door handkracht via het z.g. gaffeltouw, een dik touw zonder eind, dat over het gaffelwiel loopt.

Als de molen draait, maakt men gebruik van het sleep-rad. Dit is een rad met breed loopvlak, dat via wrijving met de luitafel er voor zorgt dat het hijstouw opgewonden wordt op de lui-as. Via een stuurtouw kan de molenaar op 3 verschillende zolders in de molen het sleep-rad op de luitafel laten vallen c.q. het sleep-rad weer vrijmaken van de luitafel. In de vloer van de lui-zolder bevindt zich ook de top van de steen-as. Via een pokhouten lager kan de molenaar eenvoudig de steen-as in- of uit het werk plaatsen. Staat de steen-as in het werk, dan draait de bovenste molensteen (de loper) rond en kan er gemalen worden. Staat de steen-as uit het werk, dan draaien de molenstenen niet.

De steenzolder

Op deze zolder wordt het graan tot meel gemalen. Hier bevindt zich 1 koppel stenen bestaande uit een ligger (de vastliggende onderste steen) en een loper (de bovenste draaiende steen), die wordt aangedreven door een verticale as de steenspil. Deze draagt aan de bovenkant een rondsel (het steenrondsel), waarin het spoorwiel grijpt. Het te malen graan wordt via de kaar en de schuddebak in het kropgat van de loper gestort en wordt door de in de steen gehakte groeven (het bilsel) naar de buitenkant van de steen gevoerd en tevens gemalen, waarna het via een houten koker, de meelpijp en de meelbak op de meelzolder als meel in de zak belandt. 

De loper stamt nog uit de oorspronkelijke molen die in 1944 door de Duitsers is opgeblazen. Over de verdere onderdelen van deze zolder zoals b.v. de steenkraan, kunnen onze rondleiders u alles vertellen.

De meelzolder

Op deze zolder verricht de molenaar de meeste werkzaamheden. Via de 2 beltdeuren is hij ook snel op de belt om daar zijn werk te doen. Via de meelkoker valt het meel in de meelbak. Dit is de plaats waar de fijnheid van het maalproces wordt bijgestuurd en de zakken worden gevuld. Hoe dit precies in zijn werk gaat willen onze rondleiders u graag vertellen. 

De molenbelt

De Houthuizer Molen is een bergmolen ofwel beltmolen. Dat wil zeggen, dat de onderste verdieping zich in de belt bevindt. Op de belt verricht de molenaar werkzaamheden als kruien (het wiekenkruis verplaatsen), de vang (rem) bedienen, zeilen voorleggen enz. Het graan wordt via een grote toegangsdeur in de belt aangeleverd en het meel wordt hier afgevoerd. 

Langs de wanden zijn door het Limburgs Landschap prachtige voorlichtingsborden geplaatst en op een maquette in het midden van de ruimte is te zien hoe in het landschap hoogteverschillen zijn ontstaan omdat de loop van de maas  niet altijd hetzelfde was. In deze beltruimte worden ook de gasten ontvangen en starten meestal de rondleidingen. Onze rondleiders vertellen u graag meer details.

De elektrische molen

Voor het geval er een tijdlang geen wind is en er toch meel geleverd moet worden, staat er ook een elektrisch molentje op de meelzolder. Hiermee kunnen we ook bloem leveren.